Generatieve AI daagt het hoger onderwijs uit om opnieuw na te denken over wat toetsing eigenlijk meet. Als studenten binnen enkele seconden essays, rapporten en reflecties kunnen genereren, dreigen traditionele toetsvormen steeds verder los te komen te staan van authentiek leren. Tegelijkertijd kunnen benaderingen die vooral gericht zijn op AI-detectie en controle het vertrouwen ondermijnen en de aandacht afleiden van het leerproces zelf.
Bij Hogeschool Inholland hebben we daarom een alternatieve benadering van toetsing ontwikkeld. Deze richt zich minder op het controleren van AI-gebruik en meer op het zichtbaar maken van leren via iteratieve, mediarijke en reflectieve processen.
De cursus van 30 EC vindt plaats binnen twee living labs: het International Music Industry Lab (Haarlem) en het Urban Leisure & Tourism Lab (Amsterdam). Gedurende twintig weken werken studenten in interdisciplinaire teams aan actuele maatschappelijke vraagstukken, in directe samenwerking met externe stakeholders. De labs functioneren als open en co-creatieve leeromgevingen. Studenten werken aan complexe ‘wicked problems’ waarvoor geen eenvoudige of vaste oplossingen bestaan. Binnen deze context leren zij omgaan met onzekerheid, samenwerking, communicatie en reflectie, vanuit hun eigen vakinhoudelijke expertise.
Naarmate het beoordelingsmodel zich verder ontwikkelde, werd steeds duidelijker dat het beoordelen van uitsluitend het eindproduct onvoldoende recht deed aan het leerproces. De nadruk is daarom verschoven naar het documenteren, ondersteunen en zichtbaar maken van de leerreis zelf.
De beoordeling is gebaseerd op de drie onderwijsfuncties van Biesta: kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. Toetsing wordt daarbij niet uitsluitend gezien als een middel om resultaten te meten. Het kader zoekt een balans tussen de ontwikkeling van kennis en vaardigheden enerzijds en professionele identiteitsvorming, samenwerking en authentiek leiderschap anderzijds.
De Personal Roadmap vormt de kern van dit proces. Studenten documenteren gedurende het semester hun voortgang, verantwoorden hun ontwikkeling en reflecteren wekelijks op vragen vanuit de digitale leeromgeving (LMS). Deze reflecties worden ondersteund door drie formatieve en één summatieve ‘End of Climb’-presentatie verspreid over het semester.
Deze presentaties zijn bewust iteratief opgezet en niet gericht op één allesbepalend beoordelingsmoment. Studenten gebruiken A3-posters, korte pitches, prototypes en reflectieve gesprekken om hun voortgang zichtbaar te maken. Feedback van medestudenten en experts wordt digitaal verzameld en gedeeld met de gehele groep. Studenten leggen verantwoording af over hun leerproces, omdat zij dit actief communiceren naar hun peers. Dit vergroot transparantie, stimuleert eigenaarschap en versterkt het vertrouwen binnen de leergemeenschap.

